Doorverwijsprotocol

kwaliteit Vitaminds

Verwijs door naar de GGZ als je één of meerdere van de onderstaande vragen met "ja" beantwoord:

  1. Vermoed je dat er sprake is van een DSM stoornis?
    1. Volg de DSM beslisdiagram van DSM online.
  2. Vermoed je geen DSM stoornis, maar is de ernst van de klachten matig tot ernstig?
    1. Subklinisch: je herkent klachten, maar deze klachten zijn niet voldoende om DSM stoornis vast te stellen. Je merkt dat de klachten die er zijn wel zorgen voor een belemmering in het dagelijks functioneren en de cliënt loopt langere tijd met de klachten rond.
    2. Licht: de cliënt heeft relatief weinig klachten, maar wel genoeg om te spreken van een DSM stoornis. De klachten zorgen voor een lichte belemmering van zijn of haar dagelijks functioneren.
    3. Matig: de cliënt heeft symptomen die behoren tot een DSM stoornis en daarnaast heeft de cliënt nog aanvullende klachten. De klachten van de cliënt zijn duidelijk een belemmering voor het dagelijks functioneren.
    4. Ernstig: er is sprake van een DSM stoornis en de cliënt kan zijn dagelijks functioneren niet voortzetten (uitval op werk, beëindiging van relaties).
  3. Loopt de cliënt een matig tot hoog risico op ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten (bijvoorbeeld kinderen), decompensatie*, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie?
    1. Laag: de cliënt heeft last van klachten/symptomen, maar je vermoedt geen risico op ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten (bijvoorbeeld kinderen), decompensatie*, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie.
    2. Matig: er zijn duidelijke klachten/symptomen en de cliënt lijkt geen beschermende factoren te hebben zoals: adequate coping, werk of een andere structurele daginvulling en een steunsysteem waarop men terug kan vallen voor toezicht, zorg of praktische en emotionele steun.
    3. Hoog: er zijn duidelijke aanwijzingen of je hebt een sterke intuïtie dat er een hoog risico is op ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten (bijvoorbeeld kinderen), decompensatie*, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie.
  4. Is de complexiteit (comorbiditeit** of problematiek in de persoonlijkheid, zwakzinnigheid, somatische factoren, psychosociale of omgevingsproblemen) van de klachten hoog?
    1. Afwezig: er lijkt sprake van een enkelvoudig beeld.
    2. Laag: er is sprake van comorbiditeit**, of problemen op het gebied van persoonlijkheid, zwakzinnigheid, somatische klachten, psychosociale of omgevingsfactoren, maar deze hebben geen negatieve invloed op de behandeling.
    3. Hoog: de cliënt heeft naast de klachten waarvoor hij jou heeft benaderd een ingewikkelde comorbiditeit of interfererende problemen op het gebied van persoonlijkheid, zwakzinnigheid, somatische klachten, psychosociale of omgevingsfactoren. De cliënt heeft meer baat bij een multidisciplinaire behandeling in een gespecialiseerde setting.
  5. Is er sprake van aanhoudende klachten waarbij eerdere interventies geen effect hebben gehad?
  6. Blijft de cliënt terugkeren met dezelfde klachten?
  7. Is er sprake van chronische problematiek die niet crisisgevoelig is?
  8. Is er sprake van chronische problematiek die daarnaast ook crisisgevoelig is?
  9. Is er sprake van instabiele chronische problematiek?

*Decompensatie Bij psychische decompensatie is een mens niet meer in staat om 'normaal' te kunnen functioneren. Men slaagt er niet meer in om te compenseren. Dit komt doordat de draaglast waaraan een persoon onderhevig is, buiten proportie is toegenomen ten opzichte van zijn draagkracht. Decompensatie kan optreden na een hevige periode van stress, maar ook na een trauma of een ingrijpende levensgebeurtenis. Dit kan zich weerspiegelen in een burn-out, depressie, angststoornis of psychose. Hoe snel iemand iemand decompenseert hangt af van verschillende factoren.
Bekijk bron

**Comorbiditeit Comorbiditeit is het tegelijkertijd hebben van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij een patiënt. Dit gebeurt in het algemeen met het gelijktijdig hebben van lichamelijke, geestelijke en vaak de daaropvolgende sociale problemen bij een persoon.
Bekijk bron

Dit doorverwijsprotocol is gebaseerd op het doorverwijsmodel van Praktijksteun.nl

Bekijk het kwaliteitssyteem

Bekijk het nazorgprotocol

Community

Chats & groepen

Mijn account